|
K26 kan nog niet achterover leunen
Brabants Dagblad, 18-12-2008, door Edith Verwegen
OSS - Vijfduizend bezoekers in het eerste half jaar. Elke zes tot acht weken een nieuwe expositie. Enthousiaste kunstenaars en enthousiast publiek. Het zit de Stichting Beeldende Kunst Oss en Lith bepaald niet tegen. Sinds de opening van K26, de permanente expositie-ruimte aan de Kruisstraat 26 in Oss, in mei dit jaar gaat het de stichting zelfs redelijk voor de wind. „Maar dat is ook het gevaar", waarschuwt Ge Janssens, voorzitter van de stichting meteen. „We moeten niet achterover gaan leunen. We zijn tevreden over het eerste half jaar, maar we moeten publiek blijven trekken. En ook de financiele middelen
moeten minimaal gecontinueerd worden."
Het idee voor K26 is alweer een tijd geleden ontstaan. „In 2007 heeft de stichting Beeldende Kunst voor het eerst een atelierroute gehouden. Zo'n veertig kunstenaars deden daar aan mee en dat was een groot succes. We hebben toen de koppen bij elkaar gestoken en gezegd: 'wat doen we nu?' Zo'n atelierroute moet je eigenlijk om de twee jaar houden, maar wat doen we dan in de tussentijd." Een onderzoekje onder de kunstenaars leverde het idee op om een ruimte te creeren waar zij kunnen exposeren.
Een oude elektronica-zaak aan de Kruisstraat in Oss werd omgetoverd tot een expositieruimte van bijna 300 vierkante meter. Veertig kunstenaars hebben zich inmiddels aangesloten bij de stichting, maar dat aantal mag volgens Janssens nog wel groeien. „We zoeken wel kunstenaars die bijzonder zijn en een opleiding hebben gehad. We willen niet meer van hetzelfde, maar meer van het bijzondere. Het klinkt hard, maar we hebben wel een soort ballotage commissie. Je moet ergens een lijn trekken." De stichting Beeldende Kunst krijgt jaarlijks subsidie van 30.000
euro van de gemeente Oss om de vaste lasten voor K26 te kunnen betalen. Daarnaast heeft de stichting tot 2010 subsidie van het Prins Bernhard Cultuurfonds en wordt ze gesteund door de Vriendenkring. „We hebben op dit moment 125 vrienden. Zij betalen allemaal 50 euro per jaar. Daarvoor krijgen ze een mini-kunstwerkje van een van de kunstenaars en worden ze als eersten uitgenodigd voor exposities", legt de voorziter uit.
Ook de kunstenaars zelf betalen een bijdrage om hun werk te mogen exposeren. Daarnaast leveren de kunstenaars een 'fysieke' bijdrage door de bemensing van de expositieruimte zelf uit te voeren. „We hebben afwisselend dienst hier als K26 geopend is", vertelt kunstenaar Walter Hermes. „Dat is wel leuk, want je bent steeds
met een andere kunstenaar samen en je leert dus ook van elkaar. Achter de bar hier liggen de portfolio's van alle kunstenaars, dus je kunt daar ook eens in kijken om te zien waar andere kunstenaars mee bezig zijn", zegt Hermes. Volgens Hermes is er goed overleg over de gang van zaken bij K26 tussen de kunstenaars en het bestuur. „We zitten minimaal twee keer per jaar met de kunstenaars om tafel. Zij hebben er zelf bijvoorbeeld ook een stem in, met wie ze exposeren. Op die manier kunnen kunstenaar elkaar ook versterken", denkt Janssens. „En hopelijk volgen daar weer nieuwe projecten uit." Afgelopen zondag hield K26 een open dag waarbij alle kunstenaars aanwezig waren. „En dat was zo'n succes, dat we zondag tussen 13.00 en 17.00 uur weer open huis hebben", zegt Janssens.
|